Jaargang 2019

Cahiers Politiestudies (december 2019), Jg. 2019/4, N° 53 (Antwerpen: Gompel&Svacina)

Themanummer : Politie en Legitimiteit

Editoren : Jannie Noppe, Antoinette Verhage, Kees Van der Vijver, Emile Kolthoff

Met het begrip legitimiteit van de politie wordt uitgedrukt de mate van vertrouwen die burgers  hebben in de politie en het gezag dat zij aan deze organisatie toekennen. Het begrip kent feitelijke elementen (vertrouwen hebben in, accepteren van, als betrouwbaar beoordelen) en normatieve (vinden dat de politie functioneert zoals het hoort, gerechtvaardigd optreedt). Een politie die een grote mate van legitimiteit kent, wordt beter gehoorzaamd en hoeft minder gewelds- en machtsmiddelen in te zetten omdat ze kan volstaan met overtuigen. Legitimiteitstoekenning is daarmee van groot belang.  Een samenleving die een politie heeft aan wie veel legitimiteit wordt toegekend is gewoonlijk een stuk vrediger dan een samenleving waar dat niet het geval is. Er is de politie dan ook veel aan gelegen te zorgen dat ze legitiem functioneert. Bekend is dat correct optreden (eerlijk en open zijn, de burger serieus nemen) en nabijheid van de politie (aanwezigheid, nabijheid zoals bij wijkgerichtheid) een positieve invloed hebben op legitimiteit. Bovenmatig geweldgebruik en ernstige fouten bij het optreden hebben een negatieve invloed. In dit themanummer gaan we in op de legitimiteit van politie in het algemeen: hoe is het gesteld met de legitimiteit van de politie in België en Nederland, hoe is de legitimiteitstoekenning gespreid over delen van de bevolking? Verder willen we ook ingaan op bepaalde vormen van optreden door de politie (vb. procedureel rechtvaardig optreden) en factoren (vb. maatschappelijke ontwikkelingen, corruptie/schandalen, selectiviteit, gebruik van geweld) die effect kunnen hebben op de legitimiteitstoekenning door de burger.

 

Cahiers Politiestudies (september 2019), Jg. 2019/3, N° 52 (Antwerpen: Gompel&Svacina)

Themanummer : Druggebruik op festivals

Editoren : Wim Hardyns, Evelien De Pauw, Jochen Schrooten, Ton Nabben, Ferry Goossens

De aanpak van druggebruik op muziekfestivals kan sterk verschillen. We stellen vast dat iedere, bij het drugbeleid betrokken, actor een eigen kijk heeft op het fenomeen en vaak vanuit een eigen referentiekader initiatieven ontplooit. In de praktijk blijken deze initiatieven niet altijd de gewenste en verwachte impact te hebben. Beperkte samenwerking en communicatie, evenals een gebrek aan kennis over de doelstellingen en werkwijzen van andere actoren zijn hiervan belangrijke oorzaken. Vanuit het referentiekader van de politie wordt vaak ingezet op een repressieve aanpak (bijvoorbeeld het aantal inbeslagnames van drugs als belangrijke graadmeter van succes), terwijl de prioriteit voor gezondheidsdiensten ligt op het voorkomen van drugsgerelateerde gezondheidsproblemen. Hoewel we een toename kunnen vaststellen op vlak van preventieve initiatieven op het festivalterrein (zoals Safe ’n Sound, Unity peer support, Celebrate safe en Quality Nights), is er vandaag een discrepantie tussen het preventieve beleid op papier en in de praktijk enerzijds en de afstemming tussen preventie en repressie anderzijds. In dit Cahier zullen de verschillende actoren (preventiewerker, politie, parket, organisator, gebruiker, medische diensten, onderzoeker) elk vanuit hun invalshoek dit fenomeen belichten.

 

Cahiers Politiestudies (mei 2019), Jg. 2019/2, N° 51 (Antwerpen: Gompel&Svacina)

Themanummer : Intrafamiliaal Geweld

Editoren : Janine Janssen, Katinka Lünnemann, Wim D'haese, Anne Groenen

Het meeste geweld dat bij de politie bekend wordt, vindt plaats binnen intieme relaties en in familiaire kring. Desondanks is voor huiselijk geweld, stalking, kindermishandeling, eergerelateerd geweld, huwelijksdwang en al die andere vormen van geweld, waarvoor ook wel de term ‘geweld in afhankelijkheidsrelaties’ wordt gebruikt, in politiële kringen maar beperkt aandacht. Dit cahier wil op verschillende vragen in dit verband een antwoord bieden, op de eerste plaats deze omtrent de ernst en de schade ervan op lange termijn. Hoe is in de loop der jaren aandacht voor dit thema ontstaan en wat zijn daarbij de verwachtingen ten aanzien van de politie? Hoe komt het dat dit thema zo weinig sexy wordt gevonden in de politiewereld, terwijl de problemen al zo oud zijn als de weg naar Rome? Een aantal voorbeelden van dit soort van geweld worden uitgelicht, zoals kindermishandeling, geweld tussen (ex-)partners, mishandeling van ouderen, migratie en familiaal geweld. Dit themanummer moet inzicht bieden in actuele uitdagingen voor de politie. Hoe kan de politie dit soort geweld (vroeg) herkennen? Hoe zit het met de samenwerking in de veiligheidszorg?

 

Cahiers Politiestudies (februari 2019), Jg. 2019/1, N° 50 (Antwerpen: Gompel&Svacina)

Themanummer : De essentie van politiewerk

Editoren : Elke Devroe, Arjen Schmidt, Lodewijk Gunther Moor, Paul Ponsaers

De Cahiers Politiestudies namen een start in 2006. Intussen zijn er niet minder dan 50 nummers van de persen gerold. Ter gelegenheid van dit feestnummer grijpt het editorial board terug naar de verschillende thema’s die aan bod kwamen tijdens die vele jaargangen en vraagt zich af wat de wezenlijke veranderingen zijn geweest sinds het verschijnen van het themanummer in het verleden. Daarbij wordt een beroep gedaan op de verschillende piloten en auteurs die de afgelopen themanummers hebben geschraagd, met nadrukkelijk de centrale vraag in het achterhoofd: “In welke mate hebben deze evoluties nu al dan niet een impact gehad op de Essentie van het Politiewerk?” James Q. Wilson (1968) sprak over handling the situation, handelen naar bevind van zaken; Michael Banton (1964) maakte het onderscheid tussen law officers en peace officers; Egon Bittner (1970) sprak over politiewerk als het stoppen van something-that-ought-not-to-be-happening-and-about-which-someone-had-better-do-something-now. Wat zijn thans functies van de politie? Welke achtergronden zijn van belang? Wat zijn huidige praktijken? Wat zijn mogelijke rolmodellen? In het Cahier zullen auteurs hun visie te kennen geven en hun licht laten schijnen op de essentie van het politiewerk.


Jaargang 2020

Cahiers Politiestudies (december 2020), Jg. 2020/4, N° 57 (Antwerpen: Gompel&Svacina)

Themanummer : Politie in Crisissituaties

Editoren : Lodewijk Gunther Moor, Evelien De Pauw, Dimitri Defré, Jeroen Wolbers

De politie is één van de belangrijkste actoren in de hedendaagse crisis- en rampenbestrijding, maar krijgt in die hoedanigheid betrekkelijk weinig wetenschappelijke aandacht. Recente crisissituaties, zoals de Europese vluchtelingencrisis, vermissingen in Nederland of de terroristische aanslagen in Brussel, illustreren niet alleen dat de politie een belangrijke rol speelt, maar evengoed dat de rol en aard van politiewerk ten tijde van crises aan constante veranderingen onderhevig is. In dit Cahier wordt een antwoord gezocht op de vraag hoe goed politieorganisaties in Nederland en België voorbereid zijn op nieuwe crises en rampen? Onderwerpen die aan bod komen zijn:  de relaties tussen politie, brandweer en andere hulpdiensten ten tijde van crisis; politiehervormingen en de gevolgen voor politie-inzet inzet bij crises en rampen; het nieuwe Belgische wettelijke kader dat de structuren aanreikt; de interactie tussen burgers en politie tijdens crisissituaties (of vermissingen) en adhoc besluitvormingprocessen onder toenemende druk.

 

Cahiers Politiestudies (september 2020), Jg. 2020/3, N° 56 (Antwerpen: Gompel&Svacina)

Themanummer : Politie en Cybercrime

Editoren : Christianne De Poot, Eva Lievens, Wouter Stol, Lies De Kimpe

Cybercrime is een relatief nieuw onderwerp, dat tal van vragen oproept. We geven enkele voorbeelden. Wie zijn nieuwe daders en welke uitdagingen stelt het fenomeen voor preventie en opsporing van deze vormen van misdaad? Welke rol spelen gemeenten in cybercrimebestrijding?  Hoe zit het met de nieuwe Wet Computercriminaliteit III in Nederland? Wat zijn veranderende business modellen van cybercriminelen en wat zijn de gevolgen daarvan voor de politie? In welke mate praten we over vormen van georganiseerde criminaliteit? Wat zijn verschillen en overeenkomsten tussen jeugdige daders van online en offline criminaliteit en de gevolgen van nieuwe dadergroepen voor de aanpak van jeugdcriminaliteit? Is het mogelijk cybercriminelen te profilen, en wat levert dat dan op in termen van persoonlijkheid, levensloop, criminele motivaties en sociale netwerken? Wie zijn de slachtoffers van online en offline criminaliteit en doen ze al dan niet aangifte van de feiten? Tal van vragen die om een dringend antwoord nopen. In dit cahier gaan we op zoek naar resultaten van recent (internationaal) onderzoek.

 

Cahiers Politiestudies (mei 2020), Jg. 2020/2, N° 55 (Antwerpen: Gompel&Svacina)

Themanummer : Toezicht op de Politie

Editoren : Elke Devroe, Joery Matthijs, Tom Van den Broeck, Lodewijk Gunther Moor

In haar rapport constateert de Nederlandse Commissie Evaluatie Politiewet 2012 dat de politie kampt met verantwoordingsoverlast. De commissie veronderstelt dat dit alles veel geld en energie kost. Maar ook dat het gemakkelijk kan leiden tot een defensief gedrag en onverschilligheid, in plaats van een reflectieve en lerende houding. De commissie beveelt aan het aantal verantwoordings- en toezichtprocessen te beperken en daar ritme en structuur in aan te brengen. Een probleem bij dit voorstel is dat het voorgestelde toezicht in het verlengde ligt van het bestuur en beleid. Dit toezicht is niet onafhankelijk en hoeft niet op te komen voor het publieke belang. Wat bij de Nederlandse politie lijkt te ontbreken is onafhankelijk extern toezicht. In het Nederlandse regeerakkoord staat een passage over het oprichten van een aparte rechtbank voor politiemensen die zich voor de rechter dienen te verantwoorden voor het gebruik van aan hen toegekende geweldsmiddelen. Wat zijn de voor- en nadelen van een aparte rechtbank voor de politie? Hoe verhoudt zich dat tot tuchtrecht en disciplinaire maatregelen? Hoe is de situatie in België? In België bestaat immers wel onafhankelijk toezicht met het Vast Comité voor Toezicht op de Politiediensten (het Comité P.). In dit Cahier kan het bestaande externe toezicht op de politie in België en Nederland tegen het licht worden gehouden. Wat leert de vergelijking tussen België en Nederland? Wat werkt wel en wat niet en waarom? Wat zijn bevorderende en belemmerende factoren voor effectief toezicht? Hoe zou het externe toezicht vorm moeten worden gegeven?

 

Cahiers Politiestudies (februari 2020), Jg. 2020/1, N° 54 (Antwerpen: Gompel&Svacina)

Themanummer : Informatiegestuurde Politie

Editoren : Jelle Janssens, Wim Broer, Marc Crispel, Renze Salet

In het streven het politiewerk gerichter, effectiever en efficiënter te maken door een degelijke analyse van beschikbare informatie, wordt het ideaal van een informatiegestuurde politie, ook wel intelligence-led policing genoemd, al enkele decennia nagestreefd in vele politieorganisaties. Het omzetten van dit ideaal naar de praktijk ging en gaat echter niet zonder slag of stoot, maar de technologische omgeving waarin de politie functioneert is de voorbije jaren sterk veranderd. De mogelijkheden om grote hoeveelheden data (‘big data’) op te slaan en te analyseren en het politiewerk digitaal aan te sturen en te verrijken zijn enorm toegenomen. Deze ontwikkeling werpt de vraag op in hoeverre het lukt om de politie om te vormen als een hoogwaardige informatie- en kennisorganisatie en welke beperkingen en voorwaarden zich daarbij voordoen onder andere in cultuur en in beschikbare middelen en technologie. Hoe krijgen noties als predictive policing of the policng of risks in de praktijk vorm en welke impact heeft het informatiegestuurde karakter op de verschillende onderdelen van het politiewerk en de samenwerking met andere veiligheidspartners? Wat betekent de internationalisering van politiewerk voor deze ontwikkeling? Wat zijn de morele en normatieve aspecten en vragen die deze ontwikkelingen bij de politie oproepen?


Jaargang 2021

Cahiers Politiestudies (februari 2021), Jg. 2021/1, N° 58 (Antwerpen: Gompel&Svacina)
Themanummer : Verhoren van mentaal kwetsbare personen
Gasteditoren: Marc Bockstaele, Auke Van Dijk, Frédéric Declercq, Robin Kranendonk, Koen Geijsen
Het verhoor van kwetsbare volwassenen, als gevolg van een tijdelijke of permanente psychische of psychiatrische stoornis, valt sedert de ‘Salduzwetten’ onder hetzelfde regime als het verhoor van minderjarigen. De ondervrager moet de kwetsbaarheid met gezond verstand zelf inschatten, eventueel na overleg met de behandelend magistraat en ‘advies’ van de aanwezige advocaat. Doorgaans zullen personen met een zware psychische stoornis, waarvan schizofrenie en paranoïa de meest bekende zijn, (wel) tijdig herkend worden. Dit geldt tevens voor een ‘zichtbare’ verstandelijke beperking, zoals het syndroom van Down. Het probleem zit echter in de detectie van subtielere (verborgen) vormen van zware psychische stoornissen tijdens de interventie. Onder meer schizofrenen, paranoïci en personen met een (licht) verstandelijke beperking trachten hun pathologie soms te verbergen, zij het vanwege gebrekkig ziekte-inzicht, zij het uit schaamte of uit vrees gek of dom te worden bevonden. Omgekeerd zijn er ook verdachten die een psychische stoornis veinzen (bv. geheugenverlies, hallucinaties of wanen).
Welke tools staan de justitiële actoren, die ter zake leken zijn, ter beschikking om een inschatting te maken? En wat zijn belangrijke aspecten in het horen van kwetsbare personen die aandacht behoeven?
In dit cahier worden een aantal varianten van psychische stoornissen en beperkingen besproken. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met praktische tips voor niet psychologen of psychiaters die te maken hebben met kwetsbare personen in het politieverhoor.

Cahiers Politiestudies (mei 2021), Jg. 2021/2, N° 59 (Antwerpen: Gompel&Svacina)
Themanummer : Europese Politiesamenwerking
Gasteditoren: Timo Kansil, Antoinette Verhage, Peter De Buysscher, Gert Vermeulen
Een groot aantal problemen dat de politie aanpakt speelt tegelijkertijd op lokaal, nationaal en internationaal niveau. Dat geldt bijvoorbeeld voor georganiseerde criminele groepen, die het bestaan van verschillende grenzen en jurisdicties handig gebruiken. Maar ook voor openbare ordehandhaving, waar crises op het wereldtoneel tot spanningen in wijken leiden.
Omdat problemen gemakkelijk over grenzen heen stromen, bestaat er in de Europese ruimte inmiddels een groot aantal maatregelen ter versterking van de grensoverschrijdende aanpak. Conform de aard van de Europese Unie zoeken deze maatregelen een balans tussen de activiteiten van lidstaten en het Europese niveau. Daarnaast hebben deze maatregelen zich te verhouden tot het lokale niveau. Dat is immers de schaal waar de politie in grote mate haar verankering kent.
Europese politiesamenwerking is al met al het zoeken naar de goede samenhang tussen de verschillende schaalniveaus, die tegelijkertijd vanuit een eigen perspectief werken .Vraag in dit Cahier is hoe die Europese samenwerking - bezien als een leerstuk van multi-level governance – vandaag gestalte krijgt. Dit wordt uitgewerkt aan de hand van vragen als: Helpt Europese regelgeving bij een betere samenwerking tussen politiekorpsen, bijvoorbeeld in Euregio’s en ter deling van informatie? Welke uitdagingen zijn er vandaag met betrekking tot samenwerking? Hoe succesvol is de samenwerking tussen de Europese instituties Europol en Frontex en nationale en lokale politiekorpsen? In welke mate vindt Europese politiesamenwerking buiten de Europese Unie plaats, zoals in derde landen en in vredesmissies? Ontstaat er door Europese samenwerking een gedeelde opvatting over operationele concepten en over de aard van het politievak?

Cahiers Politiestudies (september 2021), Jg. 2021/3, N° 60 (Antwerpen: Gompel&Svacina)
Themanummer : Sektarische Bewegingen
Gasteditoren: Philippe De Baets, Janine Janssen, Anton Van Wijk, Johan Braeckman
Dit themanummer van de Cahiers Politiestudies handelt over sekten. De term heeft een negatieve connotatie, die mee werd ingegeven door enkele ruchtmakende zaken die de afgelopen decennia de internationale media haalden zoals de belegering door het FBI van de ranch van de Branch Davidians in 1993 of de gifgasaanval van de Japanse Sekte van de Hoogste Waarheid op de metro van Tokio in 1995. De georganiseerde collectieve moord op en zelfmoord van leden van de Orde van de Zonnetempel in Grenoble datzelfde jaar deed ook in België alarmbellen rinkelen, omdat één van de stichters een landgenoot was.
Dit voorval leidde tot de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie die in haar eindrapport vaststelde dat de kennis van het sektarische fenomeen in politionele en juridische kringen ‘fragmentarisch en uitermate beperkt’ was. De informatie-uitwisseling en coördinatie van strafrechtelijke onderzoeken liep daarenboven vaak mank, wat nog versterkt werd door het gebrek aan mensen en middelen. [1] De wetshandhaving op dit domein is in een open en democratische samenleving waarin vrijheid van meningsuiting en van godsdienst grondwettelijk worden gewaarborgd niet zo evident. Bovendien tekent de beleidsaandacht voor sekten zich af als een pendelbeweging. Ruim twintig jaar geleden na de beëindiging van de werkzaamheden van de Sektecommissie kunnen we vaststellen dat er in België specifieke wetgeving tot stand is gekomen, wat in Nederlands nog overigens nog steeds niet het geval is. Daarenboven werd in de schoot van het Ministerie van Justitie een sektewaakhond opgericht, referentiemagistraten aangesteld en duidelijker ingezet op coördinatie en preventie. De politieke prioriteiten verschoven echter sinds 2015 naar terrorismebestrijding. De aandacht van politie-en inlichtingendiensten richt zich voortaan vooral hierop. Noch de Kadernota Integrale Veiligheid, noch het Nationaal Veiligheidsplan 2016-2019 weerhield de aanpak van sekten nog als een topic [2].
De hamvraag die in het kader van dit Cahier dient te worden beantwoord is of de strafrechtelijke handhaving de meeste doeltreffende wijze is waarop dit fenomeen dient te worden benaderd of er in plaats hiervan meer moet worden ingezet op een bestuurlijke bundeling van krachten en op preventie via onderwijs en hulpverlening. Andersoortige juridische interventies van burgerlijke, fiscale of sociaal-rechtelijke aard bezitten handhavend potentieel. Ook sekten evolueren immers snel en passen zich aan een gewijzigde maatschappelijke realiteit aan.

Cahiers Politiestudies (december 2021), Jg. 2021/4, N° 61 (Antwerpen: Gompel&Svacina)
Themanummer : Politie op het Platteland
Gasteditoren: Renze Salet, Sofie De Kimpe, Bert Wiegant, Paul Ponsaers
Het beeld van de politie en van politiewerk wordt overwegend bepaald door de politie in de grootstedelijke context. In Nederland komt dit onder andere tot uiting in de beschikbare middelen voor de politie die vooral naar de stedelijke gebieden zijn gegaan. Dit heeft geleid tot onder meer de sluiting van lokale politiebureaus vooral in de plattelandsgemeenten, aanzienlijke vermindering van openingstijden, terugtrekken van de politie van het platteland en sterk toenemende aanrijtijden buiten de steden. Daarnaast is de organisatie van de Nationale Politie sterk geënt op stedelijke kernen (met vaak marginale aandacht voor het omliggende gebied), ook in bestuurlijke zin. Het gaat hierbij bovendien om werkwijzen en standaarden die vaak meer passen bij de grootstedelijke aanpak en problematiek dan bij die van de dorpen en het buitengebied.

In dit Cahier komt de vraag aan de orde in hoeverre politie op het platteland in empirische en normatieve zin ‘anders’ is dan de politie in de grootstedelijke context. In hoeverre verschillen de problemen die zich voordoen in de stad en op het platteland (nog steeds)? Welke culturele aspecten spelen een rol bij de sfeer en werkopvattingen bij de plattelandspolitie ten opzichte van politie in de stad? In hoeverre stellen lokale, soms geïsoleerde gemeenschappen op het platteland andere sociale en culturele eisen aan de politie. Zijn er andere verwachtingen van de politie op het platteland ten opzichte van de stedelijke politie? Welke ontwikkelingen hebben bijgedragen aan de gelijkstelling van plattelandspolitie en stedelijke politie en welke gevolgen heeft deze gelijkstelling? Omdat de politie in België een veel fijnmaziger organisatievorm heeft met zijn politiezones, is in dit Cahier een gerichte vergelijking tussen de Nederlandse en Belgische situatie relevant.